"Uganda was voor ons slechts een land in Afrika; wij waren dus echte beginners in dit land."

 

Een verslag van Gert-Jan en Sonja van een deel van hun waanzinnige reis  met hun Land Rover Series III (Milady Landy) door Afrika.

Op donderdag 13 oktober, de verjaardag van broer Peter, vertrokken we uit Rwanda nadat we daar nog een cultural village hadden bezocht in de vulkanische bergen van Rwanda (en westelijk Uganda).

Het bleek niet helemaal een “one stop border” zoals we bij de grensovergang naar Rwanda hadden meegemaakt, maar het is prima te doen als je de aanwijzingen van de politieagent bij de slagboom opvolgt. Stempel in het carnet voor de auto en road tax betalen, stempel uit Rwanda, stempel in Uganda, gegevens in een boek opschrijven en we zijn de grens over. Nog even een telefoonkaartje regelen kost meer tijd dan de hele grensovergang.

Overigens hebben we in alle landen tot nu toe een telefoon-simkaartje gekocht met data zodat we in ieder geval contact met het thuisfront kunnen maken, ideaal en niet duur. De USh 20.000 (zo’n €6, vergelijkbaar in de andere landen) die ik hier betaald heb krijgen we niet op in de kleine twee weken en we maken goed gebruik van data voor facebook (messenger), whatsapp en soms skype voor contacten met de kinderen.

In Kisoro informeren we bij de Uganda Wildlife Authority naar een gorilla permit, US$ 600 pp., toch weer minder duur dan in Rwanda waar je $ 750 betaalt. We nemen het nog even in beraad en bij de lunch besluiten we om dit niet samen te doen en ik zet een gorilla trekking opnieuw op mijn bucket list…

We rijden door naar Lake Bunyonyi, de camping Bunyonyi Overland Resort hebben we op onze Carmen (onze Garmin) ingevoerd. Helaas besluit Carmen, of is het Tracks4Africa, een korte route te nemen en de laatste 22km over de dirt road langs het meer te rijden.Het wordt al wat duister als we om even over 17 uur het pad inslaan en we weten dat de zon om 19 uur ondergaat. Als dan ook het pad nog geblokkeerd wordt door een net gevelde boom worden we toch wat onrustig. Gelukkig slaat de motorzaag weer snel aan nadat de ketting er weer opgelegd is en kunnen we verder hobbelen over een toch onverwacht wel erg ruwe “gravel road”. Het is al donker als we de borden naar de campsite zien en we missen nog een afslag waardoor ik ook nog moet keren op het toch al smalle pad… Om half acht kunnen we onze tent opzetten op een idyllisch plekje op een grasveld aan het water, we zijn de enige kampeerders. We eten in het restaurant, wat mij betreft de beste maaltijd tot nu toe, Avocado Crayfish. Een avocado gevuld met rivierkreeft in een onbeschrijflijk smaakvolle saus. Ook Sonja’s fish curry is heerlijk. Achteraf spreek ik de chef nog en maak hem een compliment, ik krijg het recept van hem. Dat gaan we nog eens proberen, onderweg of thuis…De volgende dag maken we een boottocht over het meer, er zijn vele eilanden waar vooral landbouw op bedreven wordt en enkele hotels zijn gevestigd. Op één eiland is zelfs wat wildlife te zien.We stoppen bij een eiland waar een school en een kliniek zijn gevestigd, dit is een voormalig lepra-eiland dat door de toenmalige dokter-missionaris Sharp is overgedragen aan de lokale bevolking.Vooral de spreuken die overal zijn aangebracht zijn heel inspirerend. De jongeren worden gestimuleerd om met elkaar in discussie te gaan bij deze “praatpalen” om de thema’s onder elkaar te bespreken.De jongeren, het is een secondary school, komen elke ochtend met bootjes uit de omliggende dorpen om naar school te gaan. Het laboratorium van de school doet wat ouderwets aan maar heeft alle benodigdheden om de basis van biologie, natuur- en scheikunde bij te brengen.’s Avonds ontmoeten we Kath en Allen uit Johannesburg, zij hebben hun kamp naast ons op het veld opgeslagen. We zijn hen al een paar keer tegengekomen onderweg (in Etosha park, Namibië en bij South Luangwa National Park in Zambia) en we hebben nu de tijd om ervaringen uit te wisselen en gewoon even gezellig te kletsen. Zij reizen momenteel samen met een Duits stel dat op de fiets Afrika van oost naar west doorkruist.

Op zaterdag vertrekken we weer naar het noorden, we willen via Queen Elisabeth National Park naar Lake Edward rijden en in Hippo Hill campsite onze tent opslaan. De rit is prachtig, al komt ook hier ons voornemen om onverharde wegen te vermijden niet uit, de weg naar het park is vrij ruw en de weg in het park is onverhard maar goed te berijden. Overigens is deze weg, die midden door het park loopt, te berijden zonder dat je de park fees hoeft te betalen. We zien zowaar ook nog wat wild en genieten vooral van de groene en afwisselende landschappen. Uganda is echt heel anders dan de voorgaande landen!De Hippo Hill campsite is echt een afrader, ja écht dit is vergane glorie! De voorzieningen zijn vies, vervallen en slecht onderhouden, in het restaurant is bier te krijgen en een maaltijd op bestelling, maar het bier is niet gekoeld en de maaltijden moeten naar ons idee in het nabijgelegen dorp gehaald worden. Even overwegen we om te blijven maar als we zien dat de koelkast niet eens aanstaat en we evenveel moeten betalen als in de goed uitgeruste campsite bij Lake Bunyonyi (US$ 8 pp) besluiten we deze beker aan ons voorbij te laten gaan. We rijden door naar Kasese en kruisen de evenaar.In Kasese kunnen we in het White House guesthouse een prima kamer met eigen douche en toilet huren voor USh 40.000 (ong. € 12). Ook de maaltijd is prima en het bier is koud en de receptionistes zijn uitzonderlijk vriendelijk, alles heel wat beter dan wat we hadden kunnen krijgen bij Hippo Hill!*